Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog

LE BLANC ET LE NOIR

LE BLANC ET LE NOIR

Dans la vie rien n'est jamais tout blanc ou tout noir. Ni droite / Ni gauche / Ni extrémismes mais résolument Contre le Système totalitaire marchand


Publié depuis Overblog et Facebook et Facebook et Twitter

Publié par Leblancetlenoir sur 2 Mars 2017, 05:59am

Catégories : #JEAN THIRIART, #HISTOIRE, #POLITIQUE, #EUROPE, #ARCHIVES

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ci-après signé de Yannick Sauveur un article d’hommage à Jean Thiriart paru dans la revue néerlandaise Dietsland Europa (N° 5, mai 1993).

 

JEAN THIRIART OVERLEDEN (1922-1992)

__________________________________________________________________________________

De voor enkele maanden plots overleden jean Thiriart was een franstalige, waarmee we in de zestiger jaren na de Congo-crisis enkele – trouwens mislukte ! – contacten hadden. We konden toen met hem rustig praten over Praag en Boedapest zonder al te grote meningsversclillen – maar niet over Brussel zelf. Zijn ideeën waren toen niet de onze en zig zouden het in de loop der jaren ook niet worden. Soms leek het tegendeel het geval. Dat belet niet date en confrontatie met het door hem verdedigde ideeëngoed vruchtbaar kan zijn. Om het in zijn taal te zeggen: du choc des idées jaillit la lumière…

Wij danken de auteur voor zijn even objectieve als verhelderende bijdrage.

Dietsland Europa

 

 

Yannick Sauveur

 

Velen hebben met droefheid en ontroering de dood van Jean Thiriart vernomen en dat om héél wat redenen. Wie hem kende weet dat hij een ongewone physieke en geestelijke kracht uitstraalde. Hij wenste trouwens alleen techtop en helder te leven. Leder dacht jij gemakkelijk nog tien of twinting jaar zou leven. Hij verafschuwde gewoon de ziekte, kende dit gewoon niet. Onlangs nog zei hij mij aan de telefoon : ik zal al werkend sterven. Hij bedoelde in feite Opterion (zijn optiekzaak aan de Louizalaan te Brussel) die hem geheel opeiste.

Jean Thiriart is ons te vroeg ontrukt, juist op het ogenblik dat de vroegere USSR erg vlug uiteenbrokkelde en hem als het ware a posteriori gelijk gaf. Velen vans ons voelen zich versweesd. We verloren niet slechts een vriend-met hem verdween voor ook de denker van de Europese eenmaking.

 

Ik had het privilege Thiriart te kennen, te benaderen en vóór alles te waarderen. Dat dateert al van in de zeventiger jaren. Hij stopte toen met de actieve politiek. “Jeune Europe” was voorbij. Het laatste nummer van het franstalige La Nation Européenne verscheen in 1969[1]. Ee is veel gepraat over het afhaken van Jean Thiriart in 1968-1969, maar dat is niet onze zaak. Hij was – nog enkele jaren nadien trouwens – erg wantrouwend t.o.v. van jonge militanten die hem toen trachtten te benaderen, vooral dan wanneer ze banden hadden met Frans extreme-rechts.

Al vlug verwierf ik zijn vertrouwen. Tijdens urenlange boswandelingen hebben we gepraat. Zijn politiek denken werd precieser en was geëvolueerd ten aanzien van de “Jeune Europe”-periode. Schematisch zou men de evolutie van Thiriart als volgt kunnen trachten samen te vatten :

-1960-1961 : een nationalistische reflex t.o.v. de Congolese onafhankelijkheid en hulp aan de beweging voor Frans-Algerië.

-1961-1962: de vaststelling dat behoudens een sentimentele reflex nodig om belgisch Congo en Frans Algerië te behouden, ere en politiek denken noodzakelijk was:

-De nationale of rechtse politiekers zijn onbelangrijk, het “system” en niet het regime is problematisch. Bidault, Soustelle e.d. waren slechts reformisten, daar waar er revolutionairen nodig waren.

-de militairen mislukten omdat ze de situatie maar ten dele konden overzien. Zij waren onbekwaam om politiek te redeneren net zoals de « leninisten » destijds. Hoogstens waren zij goede activisten zoals Pierre Sergent, zelden slechts kwamen ze zoals Antoine Argoud boven de middelmaat uit. Jean Thiriart kende dit wereldje als zijn binnenzak ; het is dank zij hem dat het OAS achtersteutenpunten in België kon opbouwen. Jean Thiriart onderstreepte toen terecht date er binnen zijn bereik niemand aangehouden werd. Dat was in de periode van het “Mouvement d’Action Civique” toen het contact met extreme-rechts nog vanzelfsprekend was.

-1962-1965: Das is de periode van de Europese bewustorwording op politiek vlak. Er is een Europees apparaat noodzakelijk. Het zal “Jeune Europe” worden in alle landen. De verbinding met de rechterzijde blijft, evenals het Keltisch kruis als kenteken tot in 1965. Het is in deze periode dat Thiriart zijn boek Europa: een rijk van 400 miljoen mensen schrijft (1964). Dit Europa is het Europa van het Westen en dat van het Oosten, het Europa van Brest tot Bucarest. Zijn vijanden zijn zowel de VSA als de USSR en dit tenzelfden titel.

-1966-1969 : Dat is periode van de Nation Européenne en de doctrinaire opbouw.

Vanaf dit ogenblik begint de wending van Thiriart. Hij scheidt zich af van rechtse elementen zoals Emile Lecerf[2], en de verkiezingsmensen zoals Teichmann[3] en zeker van de min of meer nazistische groepjes. Jean Thiriart erkent de grenzen van het “militantisme” en heft er genoeg van als pleegvader te fungeren voor aankomende jongeluien wat losgelagen kinderen, op zoek naar actie. Extremistische bewegingen trekken uiteraard steeds psychopaten en onstandvastige elementen aan. Thiriart zei dat het communism voor hen als vervangmoeder en het fascism als vervangvader fungeerden.

Achteraf bekeken is het tijdvak 1966-1969 erg belangwekkend. Het uitdiepen van het unitaire Europese concept begint vorm te krijgen, de staat wordt belangrijker dan de natie. Men spark in dit verband over de “gaullistische wending” van Thiriart. Das is onjuist, maar het is inderdaad waar dat hij de staatsman de Gaulle verkoos boven Amerikaanse marionetten zoals de socialisten Mollet en Mitterrand of liberalgezinden zoals Lecanuet of Servan-Schreiber. Voor hem primeerde de politiek (met hoofdletter!) op de politicasters. Buitenlandse politiek is Thiriarts hoofdbekommernis.

-In 1966-1967-1968 wordt Amerika voor hem –ten zelfden title overigens als rusland!- dé vijand. Hij is partijanger van een pro-Arabische politiek, die toelaten moet de Middelandse Zee tot een Europese binnenzee te maken.

Hij pleit voor een strategie van de niet gebonden landen, een national-communisme (getuige hiervan is een lovend artikel over Ceaucescu!), reizen en ontvangsten in Arabische landen als Irak en Egypte.

Het is duidelijk: hij heft zich, misschien wat onbewust, afgewend van de rechterzijde. Jean Thiriart redeneert al seen staatsman in machtstermen. Net als Ortega y Gasset is hij van mening “links of rechts zijn is een van de vele wijzen om een imbecile te zijn, beide zijn vormen van geestelijke afwijking”.[4]

De Franse extreme-rechterzijde heft Jean Thiriart niet begrepen en behandelde hem al seen mededinger, wat o.m. voor gevolg had dat hij in het Franse extreme-rechtse milieu vrij onkebend is gebleven en dàt spijts zijn bijna uitsluitend franstalige cultuur.

Jean Thiriart leefde in de zestiger jaren en had het ongeluk te vroeg gelijk te hebben. Toen was de wereld tweepolig, verkeerde in volle economische groei en de jeugd vond haar ideal in de Beatles. Hij predikte toen in de woestijn, een lot dat dikwijls dit is van doctrinairen.

 

De zeventiger jaren of de tocht door de woestijn:

Jean Thiriart wijdt nu zijn vn. Aan het vroeger verwaaloosde beroepsleven. Zin activteiten zijn erg veelzijdig: vooreerst is er zign onderneming “Opterion”, de door hem gestichte “Société d’Optométrie d’Europe”, het professionele syndicalisme, de school voor optometrie.

Wanner ik in 1976-1977 de gedachte opperde een universitair werk te wijden aan “Jeune Europe” wekt dat niet veel geestdrift, hoogstens een “waarom niet?”, hij geloofde er niet in. Maar wanner het werk gepubliceerd werd begreep hij er het belang van. Overigens zei Thiriart me eens dat hij daardoor opnieuw van wal stak.

 

De Jaren 80 waren voor hem in essentie een tijd van doctrinaire studie. Het was geenszins zijn bedoeling in de actieve politiek terug te keren. Hij zag zich eerder als een doctrinair, als iemand die getuigen moet. Enkele jaren geleden hadden we plannen om een doctrinair tijdschrift uit te geven (geen militanenblad, noch een commercieel tijdschrift, maar een blad met hoge politeke aspiraties). Het was niet de bedoeling in de smaak te vallen, geen klantenronselarij, maar uitsluitend basisartikelen, koude analyses dientsig voor actie. Geen intellectualisme maar het doodringen naar de kern van de grote auteurs, dit alles in een groot-europees perspectief.

Eerst in de zeventiger, daarna in de tachtiger jaren was het « Europa van Brest tot Bucarest » het « Europa van Brest tot Vladivostok » geworden. Ik herinner me dat in 1978 universitaire grootheden in verband met Thiriart spraken over zijn “délire rationnel”, utopia e.d. Vandaag begint dit grote Europa vorm te krijgen in de geesten. Men waagt het reeds over « Eurazie »[5] te spreken.

Vandaag heeft men het te pas en te onpas over geopolitiek om alles te verklaren en vooral om helemaal niets te zeggen.

Hoe dan ook –spijts de vloek op de Duitse geopolitiek- was Thiriart een van de eersten in Europa om in geopolitieke termen te denken.

Deze visie bracht hem er toe te begrijpen dat de tijd gekomen was van de Continentstaten (USA, China). Al in 1964 schreef hij dat een staat zonder zekere dimensie niet leefbaar was. Dat is een kwestie van politieke fysica. Vergeten we niet dat Thiriart wetenschappelijk gevormd was. Hij gaf de voorkeur aan de aardrijkskunde boven de geschiedenis, de wiskunde boven de literatuur. Voor hem geen vrijheid zonder macht en geen macht zonder dimensie. En de minimale afmetingen voor hem dat zijn vanddag de grote ruimten, het grote Europa waarin Rusland vervat is, een Europa dus van Brest tot Vladivostok. Daarom spreekt hij over een Euro-Sovjetrijk. Men beweerde dat hij communist zou geworden zijn, dat is dom. Hij dacht gewoon dat Europa er moet komen, vroeger of later, volgens de wetten van de politieke fysica. De structuur moet het halen op de conjunctuur, de vorm op de inhoud, de geopolitiek op de ideologie.

Jean Thiriart sprak over een « verlicht totalitarisme » een « paneuropees communisme », of een « communautarisme ». Hij wenste het marxisme huit het communisme te bannen. Hoe dan ook, velgens hem had de USSA één enorm voordeel, het was een atheïstische maatschappij.

De recente gebeurtenissen hebben bewezen dat het behoud van de vroegere USSR een rem was op een Europese machtsvorming. Vandaag is de deur eindelijk open voor een groot Europa van Brest tot Vladivostok, zoals door Thiriart geconcipiered.

Het moge symptomatisch zijn dat Thiriart met veel eerbetoon ontvagen wrtd in Moskou in augustus 1992 door talrijke autoriteiten aldaar. Dit bewijst dat zijn ideën over Europese eenwording, geïgnoreerd of zelfs als extremitisch belasterd in West-Europa, in Moskou beschouwd worden als echte politiek –als de “realpolitiek” voor vandaag en morgen.[6]

Wij hopen dat Thiriart meer zijn dan een getuige zonder toekomst-maar integendeel de eerste bouwsteen voor een grote Europese toekomst. “Het is niet nodig te hope nom te ondernemen, noch te lukken om te volharden”. Leve Europa !

 

 

 

 

 

[1] Het laaste nummer van La Nation Européenne ; nr. 30, verscheen in februari 1969. La Nazione Europea (zijn italiaanse homoloog) publiceerde zijn laaste nummer in juni 1970. Meer informatie terzake kan men vinden bij Yannick Sauveur Jean Thiriart et le national communautarisme européen. DEA Histoire, Paris 1978 en in Conscience Européenne, nr. 11, Charleroi, maart 1985, bijdrage van Yannick Sauveur : « Historique de Giovane Europa, Italiaanse afdeling van het transnationale « Jeune Europe ».

[2] Emile Lecerf was gedurende de oorlog « culturele collaborateur ». Hij schreef o.a. in Le Soir en in een merkwaardig bladje, Le Courrier de l’Ouest, dat uitsluitend literaire of filosofische artikelen uitbracht. Hij is de auteur van Montherlant ou la guerre permanente, L’Homme noble et son ombre en La résurrection des vivants, alle drie in de beroemde collaborerende uitgeverij La Toison d’Or verschenen. Na de oorlog militeerde Lecerf eerst bij Jeune Europe, dan na ruzie met Thiriart, in een dissidente organisatie Révolution Européenne, samen met dr. Eichmann en dr. Nancy, die maar een kort bestaan had. In het begin van de jaren 70, na de dood van Aimé Blanc (directeur van het weekblad Europe Magazine), wordt Lecerf op zijn beurt directeur van het uiterst-rechtse Brusselse maandblad Le Nouvel Europe Magazine. Lecerf is dan raadsman van Roger Nols geworden. Hij is drie jaar geleden in Brussel gestorven. Uitsluitend ‘t Pallierterke en Forces Nouvelles (Brussel) brachten een bericht over zijn dood. De fameuse linkse reporter van Le Vif-L’Express, Maurice Sarfatti, alias Serge Dumont, grote specialist van het “anti-fascisme” heft toen niet beter gevonden dan met een ploeg cameramannen van zign blad op de begrafenis van Lecerf op te duiken om iedereen daar te filmen en ook om alle visitekaartjes die in een korfje lagen aan de ingang van de kerk, duchtig op film te nemen. De getuigen zijn er sprakeloos van gebleven. Dat is “deontologie”. Vergeten wij daarbij ook niet dat de directeur van dat blad zijn schaamteloze journalist met tand en klauw verdedigt, natuurlijk in naam van de persvrijheid. Volgens die meneer, hoeven journalisten dus geen menselijke manieren te hebben.

[3] Paul Teichmann was een van de kopmannen van Jeune Europe. Hij was latere en van de voornaamste dissidenten van het kortdurige révolution européenne. In de jaren 70 heeft hij een rol gespeeld in de CEPIC, de rechtse vleugel van de PSC. Hij is gemeenteraadslid geworden in Elsenne, wat hij nog altijd is maar dan onder de kleur van de PRL.

[4] José Ortega y Gasset, La révolte des masses.

[5] Cf. Pierre Béhar, Une géopolitique pour l’Europe – vers une nouvelle Eurasie ? Editions Desjonquères 1992.

[6] Cf. Nationalisme et République, nr. 9, september 1992.

Pour être informé des derniers articles, inscrivez vous :

Archives

Nous sommes sociaux !

Articles récents